mech_mus_aw0378_im_1.jpg

Romeins altaartje

Anoniem, Romeins altaartje

Zandsteen, ca. 2de-3de eeuw (inv. nr. AW0378)

 

In 1933 kocht de Stad Mechelen een Romeins altaartje aan op de veiling Frans Claes in Antwerpen. Claes was een verzamelaar die een eigen museum genaamd ‘De Gulden Spoor’ had opgebouwd. Na zijn overlijden werd de volledige collectie van kunst- en oudheidkundige voorwerpen – waarvan verschillende van Mechelse origine – in 1933 geveild en hield het museum op te bestaan. Het zandstenen altaartje van amper 6 cm werd oorspronkelijk bij opgravingen gevonden in Hombeek, waarschijnlijk in het begin van de twintigste eeuw. Het is helaas onmogelijk te achterhalen aan welke godheid het kleine huisaltaar was gewijd wegens het ontbreken van inscripties.

 

Romeins Altaartje

 

Vaak onderbelicht in de Mechelse geschiedschrijving is het Gallo-Romeinse verleden van de stad en haar deelgemeenten. Deels is dit niet verwonderlijk aangezien er – buiten enkele zeldzame vondsten Priapuszoals een Priapusbeeldje (inv. nr. B0071) en recent nog een Romeinse munt van Claudius (Tinelsite, 23/09/2015) – geen substantiële Romeinse overblijfselen zijn teruggevonden in de binnenstad. Verschillende onderzoekers beweren echter dat de Korenmarkt een kruispunt was van twee belangrijke wegen: enerzijds de heirbaan die Bavay met Utrecht verbond, anderzijds de verbinding van Tongeren met de Schelde. Ondanks deze stelling zijn er nog steeds geen harde bewijzen voor permanente Romeinse aanwezigheid intra muros gevonden. Wat we wel zeker weten is dat de Gallo-Romeinen aanwezig waren op het grondgebied van de Mechelse deelgemeenten Muizen, Hombeek, Leest en Heffen. Nadat Julius Caesar de Nerviërs (een Belgisch volk tussen Samber en Schelde) had verslagen, verschenen er verschillende villae rondom het toen nog onbestaande Mechelen. Mechelen was als het ware omsingeld door Gallo-Romeinse nederzettingen.

Het is onbekend waar en wanneer het altaartje in Hombeek precies werd gevonden. 

Castor vaas

We zijn wel op de hoogte van het bestaan van een Romeinse site in de Mechelse deelgemeente. In het najaar van 1939 deed Jozef Uytterhoeven opgravingen op de Vossebergen, nabij de Larebeek en het Kollintenbos. Op een aardappelveld aldaar vond hij enkele scherven van keramiek, waaronder fragmenten van een Castorvaas uit de derde eeuw (inv. nr. AW0335-0336). Opgravingen leidden verder tot het vinden van tichels en vorsten, en nog enkele scherven van potten. Helaas was 

 Uytterhoeven niet de eerste die in deze gronden zijn spade stak. Hij vernam dat Duitse officieren met een voorliefde voor archeologie hier reeds opgravingen deden tijdens de Eerste Wereldoorlog en dat een pachter er tal van mergelstenen en daktichels opgroef om deze te gebruiken in de fundamenten van zijn schuur. Aan de hand van de vondsten concludeerde Uytterhoeven dat er hier echter geen sprake was van een villa maar eerder een eenvoudige Gallo-Romeinse woning. Mogelijk werd het huisaltaartje door een nieuwsgierige oudheidkundige enkele jaren eerder op deze site gevonden en maakte het ooit deel uit van het interieur van de Gallo-Romeinse woning.  Hier vind je een voorbeeld van  een gelijkaardig huisaltaartje, opgegraven in 2005 op de archeologische site Forum Hadriani in Voorburg, Nederland.

 

 


Meer lezen?

BRUGGEMAN, J. en REYNS, N., Archeologisch bureauonderzoek Mechelen – Jef Denynplein 2 (Rapporten All-Archeo bvba, 116), Bornem, 2012.

UYTTERHOEVEN, J., ‘De oorsprong van Mechelen in het licht der laatste archeologische vondsten’, Gazet van Mechelen (30 augustus 1939), 4.

VANDENBERGHE, S., ‘De oudste archeologische sporen’, R. VAN UYTVEN red., De geschiedenis van Mechelen: Van Heerlijkheid tot Stadsgewest, Tielt: Lannoo, 1991, 27-32.

VANDENBERGHE, S., ‘Inventaris van het merovingisch, middeleeuws en post-middeleeuws aardewerk (faïence uitgezonderd) in het Museum Hof van Busleyden te Mechelen’, Handelingen van de Koninklijke Kring voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen, 88 (1984), 43-92.