klein_mech_mus_g0003_origineel_plan_paleis_grote_raad_im.jpg

Plan van het Paleis van de Grote Raad

Rombout II Keldermans, Plan van het Paleis van de Grote Raad

Zwarte inkt op perkament, ca. 1525 (inv. nr. G0003)

 

Rond 1525 werd de rechtervleugel van de reeds eeuwenoude halle afgebroken om plaats te maken voor een nieuw paleis voor de Grote Raad. De opvolger van het Parlement van Mechelen huisde sinds 1504 – net zoals zijn voorganger – in het vroegere schepenhuis. De plannen voor het nieuwe paleis werden gemaakt door Rombout II Keldermans, telg uit het beroemd geslacht van Mechelse beeldhouwers, steenkappers en architecten.

 

Plannen Grote Raad

Een reeds bestaand hallegebouw werd tussen 1311 en 1326 verbouwd naar Brugs model, de belforttoren bleef echter onafgewerkt. Twee eeuwen later kreeg Rombout II Keldermans (1460-1531) de taak om op de plaats van de noordelijke hallevleugel (Befferstraat) een nieuw paleis voor de Grote Raad te laten verrijzen. Rond 1525 tekende hij een ontwerp van de voorgevel (39 cm x 98 cm). Het ontwerpplan wist de tand des tijds te doorstaan en maakt nu deel uit van de collectie van Musea & Erfgoed Mechelen. Een kopie van de ontwerptekening door kanunnik Willem Van Caster uit 1878 wordt bewaard in het Stadsarchief van Mechelen.

Nadat de noordvleugel was afgebroken werd in 1526 begonnen met de bouw van het nieuwe paleis. De ontploffing van de Zandpoort wierp echter roet in het eten: net toen de gelijkvloerse zuilengalerij was voltooid en de aanzet voor de eerste verdieping was gegeven, werden in 1547 de werken stilgelegd. Er werd beslist het voormalige paleis van Margareta van Oostenrijk in te richten als zetel van de Grote Raad, wat pas in 1616 daadwerkelijk gebeurde. Tot die tijd bleef het hoogste rechtscollege gezeteld in het Schepenhuis. Vanaf 1551 werden de ruimten tussen de zuilen van de reeds gebouwde galerij verkaveld en aan particulieren in cijns of erfpacht gegeven om tot woonhuizen en winkels omgevormd te worden. Tot in de negentiende eeuw deed de halle dienst als stadsgevangenis, stadsmagazijn en brandweerlokaal.

Wegens plaatsgebrek in de ‘Beyaert’, sinds 1474 als stadhuis in gebruik, besloot het gemeentebestuur in 1844 te verhuizen naar de oude halle. Aangezien het hele complex hiervoor diende gerestaureerd te worden, moest de tot woningen verkavelde galerij van het onafgewerkte paleis onteigend en afgebroken worden. De stad zat echter in slechte papieren en door geldgebrek kwam van het hele verbouwings- en verhuizingsplan niets anders terecht dan de bouw van de nu reeds verdwenen ‘Bauwenstoren’ (hoek Hallestraat-Reuzenstraat).

Rond de eeuwwisseling werd in Mechelen gezocht naar een nieuw postgebouw. De resten van het onafgewerkte paleis van de Grote Raad werden aangekocht door de Belgische Staat, om na de voltooiing van het gotische gebouw er het nieuwe Mechelse post- en telegraafkantoor in onder te brengen. De Mechelse stadsarchitect Van Boxmeer (1863-1955), aangesteld voor deze taak, volgde bij deze voltooiing zoveel mogelijk het gevelplan van Rombout II Keldermans. Na 11 jaar bouwen werd de laatste steen gelegd in 1911. Nog hetzelfde jaar besloten het Mechelse stadsbestuur en het Ministerie van Spoorwegen, Post en Telegrafie om van gebouw te wisselen: de postdienst zou worden ondergebracht in de Beyaert, en de stad kon eindelijk, meer dan zestig jaar nadat het idee voor het eerst werd geopperd, haar zetel vestigen in de halle. Op 8 juni 1914 volgde de grootse inhuldiging van het nieuwe stadhuis.

 

pamfletten

 

Rombout II Keldermans’ plan werd eeuwen later door zijn bewonderaar Van Boxmeer dus alsnog uitgevoerd en voltooid. Hierdoor draagt de rechtervleugel van het stadhuis – de Keldermansvleugel – vandaag de dag de naam van de laatmiddeleeuwse architect. De restauratie van het paleis van de Grote Raad, en het hallecomplex in het algemeen, verliep niet altijd zonder slag of stoot. De fel gevoerde pennenstrijd tussen behoudsgezinden en voorstanders van historiserende restauraties aan de oude halle staat ook wel bekend als de ‘belfortstrijd’. De kunstenaar Alfred Ost (1884-1945) was een van de fanatiekste tegenstanders van Van Boxmeer’s soms verregaande aanpassingen (zoals het plan tot voltooiing van het belfort). In tekeningen (inv. nr. G0142) en pamfletten (inv. nr. G0139) riep Ost op tot het behoud van het onafgewerkte middeleeuwse belfort. Het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog zal er uiteindelijk voor zorgen dat alle plannen tot reconstructie van het belfort en van de overige vleugels finaal begraven werden. Of hoe de start van een wereldoorlog een lokale strijd kan beëindigen.

 


 

 

Meer lezen?

 

FEYAERTS, J., Philippe Van Boxmeer (1863-1955):Stadsbouwmeester van Mechelen tussen 1893 en 1913, Onuitgegeven masterproef, Universiteit Gent, Faculteit Letteren en Wijsbegeerte, 2012.

INSTALLÉ, H., ‘De halle’, H. INSTALLÉ red., Historische Stedenatlas van België: Mechelen II, Mechelen: Koninklijke Kring voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen, 1997, 213-216.

INSTALLÉ, H., ‘De Mechelse Belfortstrijd (1911)’, Vlaanderen, 33 (1984), 242-250.

STADSARCHIEF MECHELEN, Van Caster, G., Kopie van tekening van het “Paleis van de Grote Raad” naar originele tekening van R. Keldermans, 1530, C 6372, pentekening op papier, 1878.