jespersklein.jpg

Floris Jespers en Atelier De Wit, Ommegang (1936)

Wol en katoen (inv.nr. Tx/20)

 

Ommegang
 
Dat Floris Jespers een carrière in de kunst zou kiezen lag bij zijn geboorte, op 18 maart 1889 in Antwerpen, al in de lijn der verwachtingen. Zijn vader Emile was beeldhouwer en ook broer Oscar koos voor die richting. Floris voelde zich evenwel meer aangetrokken tot de schilderkunst. Samen met zijn broer volgde hij lessen aan de Antwerpse Academie voor Beeldende Kunsten. Voor het Belgisch paviljoen van de 24e Wereldtentoonstelling, van 25 mei tot 25 oktober 1937 te Parijs, ontwierp Jespers twee wandtapijten, die in 1936 in Mechelen, in het atelier van Gaspard De Wit, werden geweven.
 
 

Huldegedicht aan Singer

Slinger

         Singer

                   naaimasjien

hoort

         hoort

                   Floris Jespers heeft een Singernaaimasjien gekocht

wat

         wat

jawel

         Jespers Singer naaimasjien

hoe zo

         jawel

ik zeg het u

         Floris Jespers heeft een Singernaaimasjien gekocht

 

Paul Van Ostayen (1896-1928), een van Floris’ beste vrienden, vereeuwigde de schilder in een van zijn bekendste creaties, het “Huldegedicht aan Singer”. Het verscheen postuum, in het jaar van zijn overlijden, in de bundel Nagelaten gedichten. Van Ostayen was in contact gekomen met de broers Jespers tijdens een van hun optredens als muzikanten, een broodwinning in de tijd dat zij als kunstenaars nog geen bekendheid genoten. Floris is dus niet alleen als kunstenaar bekend maar bij tal van poëzieliefhebbers vooral ook door de rol die hem in bovenstaand gedicht door Van Ostayen werd toebedeeld. Dat er sprake is van wederzijdse waardering voor hun artisitieke producties moge wel blijken uit het feit dat Floris Jespers het ontwerp, een linosnede, op vraag van Van Ostayen maakte voor diens dichtbundel Het sienjaal uit 1918.

De schilderkunst van Floris Jespers bewoog zich in de eerste decennia van de 20e eeuw langs diverse lijnen. Hij speelde in op recente ontwikkelingen en stijlen die in die jaren de wereld van de kunst beheersten. In zijn jonge jaren leunde hij aan tegen werk van Franse en Vlaamse expressionisten en fauvisten, onder wie Rik Wouters. Het einde van de Eerste Wereldoorlog betekent, zoals voor zoveel kunstenaars, ook voor hem een breuk met het verleden. Hij experimenteert met het kubisme en het constructivisme maar het zuiver abstracte kan hem niet voldoende boeien. Er blijven figuratieve elementen in zijn schilderkunst aanwezig. Dat hij werk van Modigliani heeft gekend lijkt te spreken uit sommige van zijn werken, onder andere het portret van een “Jonge vrouw” in de Koninklijke Musea voor Schone Kunsten van België.

In 1936 krijgt Jespers de opdracht voor twee enorme wandtapijten voor de Parijse Wereldtentoonstelling. Het was de befaamde architect Henry Van de Velde die hem hiervoor uitnodigde. Het ene tapijt heeft als onderwerp de “Boeteprocessie” van Veurne, een sinds eeuw en dag op de laatste dag van juli door de straten van Veurne trekkende stoet; het andere heeft als titel “Ommegang”. Het gaat hier om de Antwerpse variant ervan want ommegangen waren in Vlaanderen in tal van steden sinds de middeleeuwen in zwang. Deze lokale setting is gemakkelijk herkenbaar. We herkennen de Boerentoren, de Schelde en de Onze-Lieve-Vrouwekathedraal. Natuurlijk zijn hier ook het Ros Beiaard en enkele reuzen afgebeeld en tal van andere figuranten en muzikanten in de stoet.

Het tapijt is voorzien van een korte tekst: “de reuskens door hun blijden aert bewysen wat de kermis baert”. De beide wandtapijten zijn door grote aantallen bezoekers gezien want de Parijse Wereldtentoonstelling trok meer dan 31 miljoen bezoekers. Wat gebeurde er nadien met de twee tapijten? Opdrachtgever voor de bouw en de inrichting van het paviljoen was de Belgische staat, meer precies: het Ministerie van Economische Zaken. Tot 1960 zijn ons geen gegevens bekend omtrent de verblijfplaatsen van de twee wandtapijten maar in dat jaar gaf het Ministerie beide werken in bruikleen aan de Stad Mechelen. Bij de opening van het Mechelse Conservatorium, in de jaren 1980, werden ze opgehangen in de traphal. Daar bleven ze tot september van dit jaar. Een van de tapijten, Ommegang, verhuisde naar de plaats waar het oorspronkelijk werd geweven, Koninklijke Manufactuur De Wit, dat het met toestemming van het Ministerie in langdurige bruikleen kreeg en waar de bezoekers het – weliswaar op afspraak – nog steeds kunnen bewonderen.

 

Meer lezen?

BUYCK, JEAN F., Retrospectieve Floris Jespers, Antwerpen, 2005 (Tentoonstelling Oostende, Museum voor Moderne Kunst, 17 december 2004 tot 10 april 2005).

FLORQUIN, JOOS, “Floris Jespers”, in: Joos Florquin, Ten huize van…, deel 5, Leuven, 1969, blz. 193-206.

OSTAIJEN, PAUL VAN, Verzameld werk; uitg. d. Gerrit Borgers, Antwerpen, 1952-1956, 4 delen.