kanon.jpg

Kanon van “Meester Merten”

Kanon van “Meester Merten”

Brons (gegoten), ca. 1520-1544 (inv. nr. Met/302a)

 

In de zestiende eeuw groeide Mechelen uit tot een centrum van de bronsindustrie. Sinds de veertiende eeuw was de metaalsector al sterk aanwezig in de stad. Dankzij de Dijle konden de nodige grondstoffen makkelijk geïmporteerd en de eindproducten vlot geëxporteerd worden. De leemsoort, die in de omgeving van de stad te vinden was, bleek uiterst geschikt te zijn als basismateriaal voor het vervaardigen van gietvormen. Tijdens de regering van Karel V werd Mechelen internationaal vermaard voor de productie van kanonnen en buskruit. Daarnaast werd het arsenaal van Mechelen in 1551 officieel als algemeen artilleriedepot voor de Nederlanden opgericht (en zal dit tot op het einde van het Ancien Régime blijven). Het was een van de maatregelen die keizer Karel trof voor de reorganisatie en coördinatie van de artillerie.

 

Mechels kanon

 

In 1999 werd een scheepswrak met kanonnen gelokaliseerd in de Westerschelde nabij Ritthem (Nederland). Grondiger onderzoek enkele jaren later wees uit dat het ging om een zeegaand oorlogsschip uit de zestiende eeuw, het eerste van zijn soort dat teruggevonden is in Nederlandse wateren. Het oorlogsschip was eigenlijk een aangepast handelsschip. Het ombouwen van handelsschepen was in de middeleeuwen en vroeg-nieuwe tijd de gebruikelijke praktijk als men oorlogsschepen nodig had. De kanonnen werden op het schip geplaatst vermoedelijk tijdens de eerste jaren van de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648). Eén bronzen kanon, van Mechelse makelij, viel op door zijn weelderige versieringen. Na de berging van dit Mechelse kanon in 2005 wisselde het enkele malen van eigenaar totdat het vuurwapen in bruikleen werd gegeven aan het Wrakkenmuseum op het eiland Terschelling in Friesland. Uiteindelijk kocht de stad Mechelen in 2011 het historische kanon aan voor 80.000 euro.

Het kanon van “Meester Merten” is een bronzen voorlader, conisch, met druif en tappen. Het stuk is versierd met renaissancemotieven die organisch in elkaar overvloeien. Het voorste deel lijkt op de vorm van een klassieke zuil en het achterste deel is in opliggend reliëf bedekt met bladranken, bloemen, vazen, cornucopiae (hoornen des overvloeds) en diverse dieren (dolfijnen, schapen, vogels; de korrel is in de vorm van een salamander). Tussen de versieringen bevinden zich een leeg wapenschild en tekstloze banieren, waardoor aanwijzingen ontbreken voor wie het kanon indertijd gegoten is. Op het kanon staat de naam van de maker in gotische letters ingekerfd: “MESTER MERTEN”. Helaas is de verdere tekst op twee tekens na volledig verdwenen, zodat achternaam en werkplaats onzeker blijven.

 

Mechels Kanon

 

Desondanks kon Meester Merten via bronnenonderzoek geïdentificeerd worden als de Mechelse kanonnengieter Maarten Pastenaken. De familie Pastenaken was oorspronkelijk afkomstig uit Tessenderlo. De vroegste vermelding van Maarten Pastenaken wordt gevonden in het poortersboek van Mechelen, waar hij in 1491 wordt genoemd als Martin Pasternaecx, met als beroep koperslager. Hij vervaardigde ook bronzen geschut en verkocht buskruit en projectielen. In een stadsrekening uit 1512 is zijn naam vermeld – deze keer gespeld als Merten Pasternaechs – voor de levering van 138 pond fyn buspoeder. In 1532 wordt hij in een rekening van de stad Middelburg genoemd als leverancier van kanonnen. Er is weinig meer van zijn activiteiten geweten alhoewel hij welgesteld moet zijn geweest. Na een start als koperslager is hij in zijn verdere leven blijkbaar met succes actief geweest in de fabricage van en handel in kanonnen en toebehoren. Bij zijn dood in 1544 bestond de erfenis, naast de inboedel, uit verschillende huizen. Het voornaamste pand was gelegen in de Ravenbergstraat. Voor zover bekend zijn er nog niet eerder kanonnen van Meester Merten teruggevonden. We mogen dus aannemen dat dit het eerste geïdentificeerde stuk is van deze Mechelse busgieter. Het kanon moet zijn gegoten voor 1544, het jaar van zijn overlijden. In samenhang met de gebruikte versierstijl is dit kanon dan te dateren in de periode 1520-1544.

 

 


Meer lezen?

DONNET, F., ‘Hans Poppenruyter, Remy de Hallut, Gerard et Gaspard vanden Nieuwen-huysen, fondeurs de canons à Malines’, Handelingen van de Koninklijke Kring voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen, 9 (1899), 79-95.

INSTALLÉ, H., ‘De militaire academie en de kanongieterij’, (Historische stedenatlas van België. Mechelen II) Handelingen van de Koninklijke Kring voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen, 100/2 (1996), 201-202.

INSTALLÉ, H., ‘Het Sinte-Heylwichsgodshuis of de Putterij’, (Historische stedenatlas van België. Mechelen II) Handelingen van de Koninklijke Kring voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen, 100/2 (1996), 164-175.

ROOSENS, B., ‘Het arsenaal van Mechelen en de wapenhandel (1551-1567)’, Studia Historica Gandensia, Gent, 229 (1978), 175-247.

VAN DOORSLAER, G., ‘L’ancienne industrie du cuivre à Malines. II. L’industrie de la fonderie de canons’, Handelingen van de Koninklijke Kring voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen, 20 (1910), 265-379.

VAN DOORSLAER, G., ‘L’ancienne industrie du cuivre à Malines. III. La fonderie de cloches’, Handelingen van de Koninklijke Kring voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen, 22 (1912),171-356.

VOS, A., ‘Wrak Ritthem, een onverwacht oud scheepswrak in de Westerschelde. Resultaten van het waardestellend onderzoek’, Rapportage Archeologische Monumentenzorg, Amersfoort-Lelystad, 174 (2009).