cstadmechelen-schandpaard-light.jpg

Het Schandpaard

Het Schandpaard

Hout, ca. 1765 (inv. nr. V/1)

 

Het schandpaard van Mechelen is uniek. Het is het enig bekende exemplaar van een schandpaard dat in België bewaard is gebleven. Het werd in de negentiende eeuw in het gerechtshof van Mechelen teruggevonden, waarna het werd overgebracht naar het Hof van Busleyden. Volgens de Resolutie van de Magistraat uit 1765 stond een 'houten peerdt' opgesteld op de Grote Markt voor de Hoofdwacht nabij de stadshalle. Voordien zou er al een ouder exemplaar op het Sint-Romboutskerkhof gestaan hebben. Het schandpaard uit de collectie van Musea & Erfgoed Mechelen is waarschijnlijk het 'houten peerdt' waarnaar verwezen wordt in de Resolutie en kan dus vervaardigd zijn in 1765.
 
Op verzoek van de militaire gouverneur van de stad besloot de stadsmagistraat van Mechelen op 31 januari 1765 het volgende:
 
"Is voorgedraegen dat den heere gouverneur deser stede mijne heere hadde doen aensoecken van op de merckt voor deser stadts halle ontrent de hooftwacht te willen doen stellen een houten peerdt om de vreese te jaege ende daerop ten exempel van andere te doen exponeren de vrouwpersoonen dewelcke dagelijckx soo publieck ende schandaleuselijck converseren met de militairen ende hun te bevrijden van de continuele infectien, is geresolveert dat de heeren tresoriers dit versoek souden doen effectueren."
 
Schandpaard
 
 
Volgens de Magistraatsresolutie diende het Mechelse paard als een afschrikmiddel tegen dames van lichte zeden die intieme omgang zochten met de gelegerde militairen. Op deze manier wilde men continuele infectien of seksueel overdraagbare ziektes voorkomen bij de militairen. Het is de vraag of er ook effectief strafuitvoeringen hebben plaatsgevonden op het bewaarde instrument, want er zijn geen zaken bekend uit het einde van de achttiende eeuw.
 
Oorspronkelijk was de tepronkstelling op een houten paard een militaire straf die aan soldaten werd opgelegd die zich aan bepaalde misdrijven – ongedisciplineerdheid, ongehoorzaamheid, baldadigheid en kleine diefstallen – hadden schuldig gemaakt. In de achttiende eeuw was het gebruik vrij algemeen ingeburgerd bij de legers in de Europese landen en hun kolonies. De straf werd hoofdzakelijk opgelegd aan infanteristen, omdat die niet gewend waren op een paard te rijden en voor wie de straf dus des te pijnlijker was. Daarnaast werden, zoals in Mechelen het geval was, ook misdadige vrouwen die zich inlieten met de soldaten op het paard gezet. In sommige steden werd de straf uitgebreid tot mannen en vrouwen die er een bedenkelijke levenswandel op nahielden.
 
Het Mechelse strafwerktuig bestaat uit een hoge houten schraag met spits toelopende rug op vier poten of benen, waar aan de voorkant een houten paardenhoofd met hals was bevestigd. De schraag is hoger en langer dan de minimale hoogte en lengte van een gemiddeld paard; op de rug moest er immers voldoende plaats zijn om meerdere gestraften tegelijk te laten plaatsnemen. Nadat de gestrafte schrijlings op de rug van de houten schraag had plaatsgenomen, werden zijn handen op de rug samengebonden. Om de straf letterlijk en figuurlijk te verzwaren, werden er soms gewichten aan de voeten gehangen. Naast een schandstraf was het dus ook een lijfstraf. Op deze wijze werd men gedurende enkele uren tot meerdere dagen na elkaar te kijk gesteld, goed zichtbaar voor iedereen, vermits het toestel op een publieke plaats stond opgesteld. Zo werden de gestraften het mikpunt van  spot van de Mechelse bevolking.
 
 

Meer lezen?
 
Bronnen
 
Resolutie d.d. 31 januari 1765: Stadsarchief Mechelen, Resolutiën van het Magistraat, anno 1765, f° 203v°.
 
Studies
 

DE WIN, P., ‘Het Mechelse houten paard als strafinstrument in zijn rechtshistorische context geplaatst’, Handelingen van de Koninklijke Kring voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen, 116 (2012), 133-156.

DE WIN, P., ‘Mechelen rechtsarcheologisch bekeken. Een snelinventaris van het rechtshistorisch patrimonium’, Handelingen van de Koninklijke Kring voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen, 106 (2002), 117-154.

KOCKEN, M., Van bedelaars, vagebonden en andere “schuinmarsjeerders”. Kleine en grote criminaliteit te Mechelen in de 17de eeuw, Ongepubliceerde licentiaatsverhandeling, Vrije Universiteit Brussel, 1989-1990.

MAES, L.T., Vijf eeuwen stedelijk strafrecht. Bijdrage tot de rechts- en cultuurgeschiedenis der Nederlanden, Antwerpen, 1947.

STROOBANT, L., ‘Notes sur le Système Pénal des Villes Flamandes du XVe au XVIIe siècle’, Handelingen van de Koninklijke Kring voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen, 7 (1897), 21-150.

STROOBANT, L., ‘Un Conflit de Juridiction au XIVe siècle, à Malines’, Handelingen van de Koninklijke Kring voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen, 9 (1899), 23-27.

Waar is de Tijd – Mechelen. 1000 jaar Mechelen, de Mechelaars en hun misdaad en straf, IV, Zwolle, 2001.