mech_mus_s0220_gefusillieerden_mechelen_boerenkrijg_23_10_1798_im_1.jpg

Gefusilleerden van Mechelen tijdens de Boerenkrijg

Leon Rotthier, Gefusilleerden van Mechelen tijdens de Boerenkrijg (1897)

olieverf op canvas (inv. nr. S0220)

 
Boerenrkijg
Op 23 oktober 1798 werden 41 personen, zowel boerenkrijgers (“brigands”) als burgers, aan de voet van de Sint-Romboutstoren gefusilleerd. Daarmee kwam er een eind aan een opstand tegen het Franse bewind die slechts twee dagen had geduurd. Bijna honderd jaar later werd deze gebeurtenis herdacht door Léon Rotthier (Etterbeek, 12 februari 1868 – 1958), die in 1897 een groot doek vervaardigde waarop hij een indruk gaf van de slachting. 
 
Directe aanleiding tot de Boerenkrijg was de verplichte inlijving van jonge mannen in het Franse leger, een maatregel die tussen 5 en 19 oktober tot vier keer toe officieel van de pui van het Mechelse stadhuis was afgekondigd. Eerder hadden de Fransen al scherpe maatregelen genomen tegen de uitoefening van de godsdienst, kloosterordes opgeheven en geestelijken vervolgd, zaken die de Vlaamse bevolking maar moeilijk kon verkroppen. Een dag tevoren waren de boerenkrijgers via Muizen en Hever de stad binnengetrokken. Op de Grote Markt hadden ze de vrijheidsboom omvergehaald en de omheining ervan vernield. Papieren uit het stadhuis werden kapotgescheurd en op straat geworpen en gevangenen vrijgelaten. De reactie van de Fransen was navenant. Op de 23ste werden om half elf in de avond, na een bliksemproces van een inderhaast samengestelde krijgsraad, 41 opstandelingen doodgeschoten. Pas een week later keerde de rust weer terug toen de laatste boeren de stad verlieten. Tot 1 januari 1799 bleven de poorten in Mechelen ook overdag gesloten om nieuwe onlusten te voorkomen.
 
Op de voorgrond van het schilderij van Rotthier zien we een tiental vermoorde boeren. Zo te zien aan de kruisen liggen zij op een kerkhof. Dat kerkhof is natuurlijk het Sint-Romboutskerkhof maar in de achtergrond van het schilderij zien we ook het Mechelse stadhuis afgebeeld. Dat dit beeld niet overeenkomt met de werkelijke toestand ter plaatse kunnen we beschouwen als een dichterlijke, of beter, picturale vrijheid. De contouren van het stadhuis laten er immers geen onduidelijkheid over bestaan waar zich dit tafereel afspeelde: in Mechelen. Dichterbij zien we drie militairen te paard. Een ervan, met zijn steek dwars op het hoofd geplaatst, is duidelijk als Fransman te herkennen. De afgebeelde persoon is generaal François Berthélemy Béguinot (1757-1808), die met een klein deel van zijn 24e divisie gelegerd was in Walem. De twee andere officieren zijn brigadecommandant Mazingant en bataillonscommandant Chameau. Samen met de kapiteins Lefèvre en Carnaud en onderluitenant Dalon vormden zij de krijgsraad die de 41 boeren ter dood veroordeelden.
 
Rotthier voegde nog een ander historisch feit toe aan zijn schilderij. Nabij het slagveld zien we een openstaande stadspoort op een plek in de stad waar er geen poorten waren. Het gaat hier om een verwijzing naar het historisch feit dat Béguinot op 22 oktober naar Walem was afgereisd en de stadspoorten op zijn bevel wagenwijd had laten openstaan. Mede daarom konden de boeren op de dag erna gemakkelijk, onder andere uit de richting van Muizen, de stad binnentrekken.
 
RotthiersDe schilder beeldde in dit doek vooral een verhaal uit en geen getrouwe weergave van de historische plek waar de gesneuvelde boeren en burgers op die fatale 23 oktober hun laatste adem uitbliezen. Als voorbereiding voor de definitieve uitwerking van het tafereel had hij enkele schetsen gemaakt. Vorig jaar ontving de stad Mechelen van nakomelingen van de kunstenaar de schenking van enkele van deze schetsen.
 
De herinnering aan de Boerenkrijg werd onlangs levendig gemaakt in de tentoonstelling Mir ginn op Mecheln! in het Cultuurcentrum. Daar werden onder andere de skeletten getoond van 40 van de 41 boeren die in 1798 tijdens de Boerenkrijg sneuvelden. Deze resten waren in 2011 bij archeologisch onderzoek op het Sint-Romboutskerkhof teruggevonden. Het grote schilderij dat aan deze gebeurtenis herinnert, hangt sinds kort in het Mechelse stadhuis op de plaats waar tot voor kort het paneel van de Plechtige openingszitting van het Parlement van Mechelen onder Karel de Stoute, Hertog van Bourgondië, op 3 januari 1474, in het Schepenhuis te Mechelenvan Jan Coessaet hing. Een blijvende plek voor dit schilderij in het stadhuis doet zo recht aan het tragische eind van deze Mechelaars die hun leven gaven voor de strijd tegen de Franse bezetters.
 
 
 
Meer lezen? 
 
MARTENS, ERIK, De Boerenkrijg in Brabant 1798-1799, of de opstand van het jaar 7 in het Dijledepartement, Erpe, 2005.
 
Van brigand tot held. Franse hervormingen en de boerenkrijg; red. Bart Stroobants en Frank Huygens, Berchem, 1998 (Tentoonstelling Mechelen, Hof van Busleyden, 17 oktober - 29 november 1998).
 
De Boerenkrijg, twee eeuwen feit en fictie; red. Luc François, Leuven, 1998.