deugden-mooi.jpg

De dans der Deugden

Onbekend, De dans der deugden (1545)

Olieverf op doek op paneel (inv.nr. OCMW S/24)

 

Dans der Deugden

 

Een van de bekendste gelijkenissen in het Nieuwe Testament is de parabel van de Wijze en de Dwaze Maagden (Mattheus 25:1-13). Tien maagden wachten op hun bruidegom maar weten niet wanneer hij komt. Ze hebben olielampjes bij zich en de wijze maagden nemen als reserve ook nog flesjes olie mee. Na enkele uren vallen ze in slaap en als de bruidegom midden in de nacht eindelijk verschijnt, zijn de lampjes van de dwaze maagden uit. Ze vragen of ze wat van de olie van de wijze maagden mogen hebben maar deze verwijzen ze naar de oliekoopman. Terwijl zij daar naartoe zijn, gaan de vijf wijze maagden met hun bruidegom naar binnen. Als de dwaze maagden de deur gesloten vinden, vragen ze binnengelaten te worden maar de bruidegom zegt: “Ik ken jullie niet.” Moraal van het verhaal: wees voorbereid want je kent de dag noch het uur waarop de mensenzoon zal terugkomen.

Aan het eind van de middeleeuwen waren de mensen zich zeer bewust van hun sterfelijkheid. Het was de tijd van de pestepidemieën die binnen enkele weken hele dorpen en landstreken konden treffen en duizenden slachtoffers maakten. In tekst en beeld komt deze onzekerheid onder andere tot uitdrukking in de befaamde dodendans: de dood, weergegeven als een skelet, staat met zijn zeis gereed om te oogsten, terwijl de mens, van simpele boer tot koning en kardinaal, dansend geniet van het leven. Het bekende toneelspel Elckerlijc laat op een vergelijkbare wijze zien hoe iemands lot van het ene moment op het andere ingrijpend kan verkeren. Een gefortuneerde man met de wat merkwaardige naam van Elckerlijc krijgt te horen dat hij een pelgrimsreis moet aanvangen naar een bestemming vanwaar niemand kan terugkeren. De betekenis van deze boodschap beseffend vraagt hij zijn vrienden en familie of zij hem willen vergezellen maar niemand wil met hem deze tocht ondernemen. Zelfs zijn goederen en zijn zintuigen laten hem in de steek. De enige die hem wel wil vergezellen is zijn deugd maar zij is te zwak om hem voor Gods troon te kunnen bijstaan. Met hulp van “Kennisse” (inzicht in eigen handelen) en “Biechte” herwint zij haar krachten en zo kan Elckerlijck eindelijk zijn laatste reis ondernemen.

Met behulp van abstracte begrippen zoals deugd en eigendom wordt het publiek een concrete levensles voorgehouden. Toenmalige toeschouwers waren gewend aan het gebruik van allegorie op het toneel, tegenwoordig kijken we daar toch een beetje vreemd tegen aan. Die allegorie treffen we ook aan in de schilderkunst. Het paneel De dans der deugden uit 1545 maakt er volop gebruik van. In plaats van tien maagden zien we er hier evenwel twaalf; alle vertegenwoordigen bovendien positieve karaktereigenschappen. Op de bovenste rij zien we, vertaald naar hedendaagse begrippen, de  volgende deugden: Rechtschapenheid, Geloof, Hoop, Liefde, Zuiverheid en Ootmoed. Daaronder dansen Matigheid, Kracht, Wijsheid, Geduld, Barmhartigheid en Gehoorzaamheid. De teksten op de banderollen vormen een lofzang op de Heer. Linksboven lezen we: “Belijt den heere want hij es goet ende sijn ontfermherticheijt duert in ewicheijt” (geloof in God want hij is goed en aan zijn barmhartigheid komt geen eind).

Het paneel sluit aan bij een lange traditie in de literatuur van de zogenaamde psychomachia, de strijd tussen goed en kwaad, tussen deugden en zonden. Hier zien we de overwinnaars in die strijd die als uiteindelijke beloning mogen dansen en zingen voor God. In het zeer sterk geordende systeem dat de allegorie propageerde waren de deugden onderling verdeeld. De drie Goddelijke deugden Geloof, Hoop en Liefde stelden de mens in staat om nader tot God te geraken. Vier cardinale of vleselijke deugden waren gericht op de goedheid van de mens: Wijsheid, Rechtschapenheid, Matigheid en Kracht. De overige vijf deugden – Zuiverheid, Ootmoed, Gehoorzaamheid, Barmhartigheid en Geduld – maken deel uit van een uitgebreide reeks overige deugden die door diverse auteurs werden geïntroduceerd om de complexiteit van de menselijke geest te kunnen bevatten. Daartegenover stonden natuurlijk ook reeksen van zonden die de mens ten val konden brengen, zoals de zeven doodzonden Hoogmoed, Hebzucht, Onkuisheid, Jalouzie, Gulzigheid, Wraak en Luiheid.

Het paneel nodigt uit tot nadere interpretatie. Die is bijvoorbeeld verbonden met de bloemen die de maagden in hun handen houden en de kleuren van hun gewaden. Zuiverheid (“Suiuerheijt” of Pudicitia) is natuurlijk in het wit gekleed en draagt een lelie. Ootmoed houdt een nederig viooltje vast en Liefde een roos. De Mechelse minderbroeder Frans Vervoort heeft het schilderij, dat afkomstig is uit het klooster van de Gasthuiszusters-Augustinessen, gekend. Hij heeft zelfs het voornemen gehad een boek over de twaalf deugden te schrijven. Hij verwijst ernaar in een van zijn andere werken als “der Maechden dans der .xij. duechden”. Hieraan ontleent het schilderij dan ook zijn titel.

Onder de titel Zot Geweld/Dwaze Maagd start op 26 augustus een tentoonstelling in het Hof van Busleyden rond één van Rik Wouters’ bekendste beelden Het Zotte Geweld. Dit jaar wordt zijn 100ste sterfjaar herdacht, een gebeurtenis waaraan de stad Mechelen uiteraard aandacht besteedt. Binnen het thema “Dans” in deze expositie zal ook het paneel De Dans der Deugden getoond worden maar het zou er net zo goed een plaats kunnen innemen binnen het thema “Moraliteit”. Voor de gelegenheid is het werk prachtig gerestaureerd zodat de talrijke bezoekers van de tentoonstelling het in volle glorie kunnen bewonderen.

 


 

 

Meer lezen?

 

VERHEYDEN, PROSPER, “De Maagdendans”, in: Handelingen van de Koninklijke Kring voor Oudheidkunde, Letteren en Kunst van Mechelen 27 (1922), blz. 89-116.

RAMAKERS, BART, “Allegorisch toneel: overlevering en benadering”, in: Spel en spektakel: middeleeuws toneel in de Lage Landen; uitg. door Hans van Dijk, Bart Ramakers, e.a. Amsterdam, 2001, blz. 228-245, 365-369.

Pansters, Krijn, De kardinale deugden in de Lage Landen, 1200-1500. Een wetenschappelijke proeve op het gebied van de Letteren, Hilversum, 2007.